Geschiedenis is nodig. Historici hebben in het verleden dikwijls de
rol op zich genomen van profeet, medicijnman of rechter. Nog steeds laten
ze zich verleiden tot het doen van voorspellingen, het uitschrijven van
recepten en het geven van oordelen.
Geschiedkundigen stellen zich met deze pretenties bloot aan dezelfde
gevaren als andere deskundigen. Net als sociologen en psychologen slaan
zij regelmatig de plank mis, net als medici en juristen komen ze vaak te
snel met hun oordeel, net als theologen spreken ze te stellig over het
onkenbare. Het gebruik van geschiedenis levert vuile handen op. Deze mislukkingen
hebben geleid tot een verlangen naar historische zuiverheid. Is het niet
beter om in de studeerkamer te blijven en de handen hoogstens met inktvlekken
te bezoedelen?
Dit verlies aan zelfvertrouwen is gevoed door twijfel aan het wetenschappelijk
gehalte van de geschiedbeoefening. Als geschiedenis zo makkelijk misbruikt
kan worden, dan is historische kennis kennelijk weinig betrouwbaar. Is
niet alle geschiedschrijving representatie, vluchtige beeldvorming zonder
zelfstandige geldigheid?
Geschiedwetenschap roept immers bij de ontmanteling van oude historische
voorstellingen steeds weer nieuwe mythes in het leven. Kunnen historici
hun werk eigenlijk niet beter staken? Dat zou niet helpen want voorstellingen
uit het verleden zullen altijd gemaakt en gebruikt worden. Historici moeten
dat niet aan anderen overlaten. Zij hebben niet de wijsheid in pacht, maar
kunnen vanuit hun historische expertise wel degelijk zinnig maatschappelijk
commentaar leveren.
Jonker, E., Historie Prijs Euro 22.95
|
Bij u in huis op: woensdag Betaal vóór: 16:00
|
Geschiedenis als ambacht.
Oudheidkunde in de Gouden Eeuw: Arnoldus Buchelius en Petrus Scriverius
Hollandse Studiën 37
Prijs Euro 28.00
In de Gouden Eeuw verschenen voor het eerst geleerden ten tonele die
van de geschiedbeoefening hun vak probeerden te maken. De studie van het
vaderlandse verleden was in deze tijd vooral een vrijetijdsbesteding van
bestuurders, juristen, predikanten en hoogleraren. Maar de oudheidkundigen
Arnoldus Buchelius in Utrecht en Petrus Scriverius in Leiden kozen voor
een ambteloos leven, zodat ze al hun tijd konden besteden aan de geschiedenis.
Dit boek brengt het historische ambacht van Buchelius en Scriverius
in kaart: hun werk als verzamelaars en onderzoekers van bodemvondsten uit
de Bataafs-Romeinse tijd, monumentaal erfgoed als kerken en kloosters,
middeleeuwse archiefstukken en oude annalen en kronieken.
Sandra Langereis laat zien wat het bronnenonderzoek van deze twee 'mythenjagers'
heeft betekend voor de zestiende- en zeventiende-eeuwse beeldvorming over
het Bataafse en middeleeuwse verleden. Door te beschrijven hoe bronnenvorsers
als Buchelius en Scriverius het Utrechtse en Hollandse 'vaderlandse gevoel'
van een historische dimensie voorzagen, werpt zij een nieuw licht op de
politieke motivatie van geschiedbeoefening in de Gouden Eeuw.
Langereis, S., Geschiedenis als ambacht Prijs Euro 28.00
|
Bij u in huis op: woensdag Betaal vóór: 16:00
|
| Andere titels binnen de rubriek: |
| Theoretische geschiedenis
|